blog

Een IQ-test voor uw waardeketen

Engineering

In mijn vorige column sprak ik over “smart industry” en over het ontwerpen van producten voor deze nieuwe vorm van industrie. Hier wil ik nader ingaan op wat daar nu precies zo “smart” aan is. Het definiëren van dit begrip houdt momenteel wel meer mensen bezig, maar toch meen ik de lopende discussie een frisse impuls te kunnen geven.

Een IQ-test voor uw waardeketen

Allereerst dit: wie het woord “smart” in de mond neemt, impliceert dat al wat ongenoemd blijft wel eens “not smart” zou kunnen zijn. Dat maakt mensen doorgaans niet gelukkig: verkoopt, of gebruikt, u graag iets doms? We kunnen dus onder de noemer smart industry – vanaf nu zonder aanhalingstekens –  van alles verwachten dat daar niet thuishoort. Dat subsidieverstrekkers er de geldkraan graag voor opendraaien, werkt verdere betekenisinflatie uiteraard alleen maar in de hand. We zien dit ook bij smart cities, en zagen het in de jaren 80 al eerder bij smart materials.

Materiaal versus toepassing

Dat laatste biedt openingen voor de gezochte definitie. Met smart materials bedoelen we doorgaans geheugenmetalen, elektrochroom glas, thermochrome coatings, piezo-elektrische en magnetostrictieve materialen, zelfhelend beton en nog een handvol andere, wonderlijke materialen. Elke eenduidige, alomvattende definitie van deze gevarieerde groep loopt stuk op het simpele feit dat niet de materialen zelf slim zijn, maar hun toepassing: zo zorgt magnetostrictie voor dat storende gebrom van transformatoren, maar wordt hetzelfde effect ook vernuftig benut in compacte ultrasone transducers voor sonars. Dit vernuft zien we ook bij zelf-verduisterend elektrochroom glas: diezelfde functie kun je ook met een rolgordijntje vervullen, maar dat staat lang zo mooi niet. Wellicht dat we smart industry ook zouden moeten definiëren aan de hand van de toepassing ervan, en niet op basis van de aan- of afwezigheid van zekere elementen. Immers, het toevoegen van een paar robots of 3D-printers maakt uw industrie ook niet gelijk slim.

Adaptief vermogen

Wat verder opvalt aan smart materials is hun adaptief vermogen. Het zijn materialen die zich aan veranderende omstandigheden aanpassen, of daaraan aangepast kunnen worden. Ideaal voor sensoren en actuatoren bijvoorbeeld, of een zonnebril die buiten vanzelf donker kleurt. Het materiaal is hierbij deel van een input-output systeem. Dat is nog een ingang om de term smart industry mee te benaderen. Als we intelligentie omschrijven als het vermogen tot aanpassing, dan heeft slimme industrie dus kenmerken als flexibiliteit en responsiviteit. Het systeem is dan de waardeketen, van grondstof via productie naar de klant, en circulair weer terug.

IQ-test

Hierdoor geïnspireerd ben ik in het Delftse momenteel aan de gang, samen met enkele collega’s, om dat begrip smart industry eens goed de maat te nemen. We noemen het “een IQ-test voor uw waardeketen” en kijken hierbij naar vijf attributen: (i) digitalisering, (ii) automatisering, (iii) koppeling, (iv) transparantie en (v) documentatie. Om dit onderzoek af te perken, kijken we primair naar het voortbrengen van nieuwe producten in de auto-industrie, en dan van TIER-3 via de OEM naar de eindgebruiker. Qua technologie richten we ons op systemen voor CAD, PDM, PLM en ERP. We laten die robots en 3D-printers vooralsnog dus buiten beschouwing, want de klus is al groot genoeg. Ons einddoel is om in kaart te brengen welke barrières de smart industry zoal tegenkomt – technologisch, organisatorisch, of sociaal-psychologisch – en te begrijpen hoe deze het beste kunnen worden overwonnen.

Langs deze weg hoop ik u gaande het onderzoek op de hoogte te houden. Wilt u zo lang niet wachten, heeft u vragen, of wilt u actief meedoen, neemt u dan gerust contact op.

Erik Tempelman is universitair hoofddocent bijde TU Delft, faculteit Industrieel Ontwerpen. Daarnaast is hij oprichter/eigenaar van eriktempelman.com

Reageer op dit artikel