nieuws

Sensortechnologie in pijpleidingsystemen

R&D

Meerdere universiteiten (TU Eindhoven, RWTH Aachen, KU Leuven, de Rijksuniversiteit van Groningen en binnenkort ook de Universiteit van Amsterdam) zijn momenteel samen met Advies- en Ingenieursbureau Antea Group bezig aan een project om sensortechnologie toe te passen op plekken die ontoegankelijk zijn voor de mens. Onderzocht wordt of het mogelijk is om sensoren bijvoorbeeld niet aan de buitenkant op leidingen en reactoren te plaatsen, maar door pijpleidingsystemen heen te sturen.

Sensortechnologie in pijpleidingsystemen

Peter Baltus, professor Electrical Engineering aan de TU Eindhoven licht het project, dat de naam Phoenix draagt, toe: ‘We zijn bezig met een onderzoek of een zwerm van sensoren in een vloeistofsysteem mee kan worden gevoerd, zonder eigen aandrijving. Tijdens hun weg door leidingen en reactoren heen, kunnen ze een breed scala aan parameters meten. Zo kan niet alleen de temperatuur en druk worden gemeten, maar bijvoorbeeld ook ultrasone echometingen. Op die manier wordt het mogelijk om de kwaliteit van de buizen en reactoren te achterhalen terwijl het systeem in bedrijf blijft. Dit kan een enorme kostenbesparing opleveren.’
Tal van toepassingen zijn te bedenken, zegt Léon Verhoeven,  directeur Milieu en Veiligheid bij Antea Group. ‘Denk aan toepassingen in het primaire systeem, bijvoorbeeld in olieleidingen, maar ook aan secundaire systemen zoals blusleidingen wordt gedacht. Naast het meten van corrosie- of aanslagvorming waarmee we de status van de wanden van buizen willen waarderen, willen we de technieken ook inzetten om temperatuurverschillen te kunnen meten.’

Natuurlijke selectie

Het onderzoek is opgesplitst in meerdere deelprojecten. Een van de projecten waar intensief door alle betrokken universiteiten en Antea Group met elkaar wordt samengewerkt, is een systeem waarbij de sensoren zichzelf verbeteren zodat ze steeds betere resultaten gaan opleveren. Baltus: ‘Net als in de evolutie van diersoorten die zich steeds aanpassen aan hun omgeving, zouden we dat ook met sensoren willen realiseren. Als je door een pijpleidingsysteem sensoren laat gaan, kun je een computermodel opbouwen, hoe ze door het systeem zijn gegaan en wat de resultaten van de metingen zijn. Met dit computermodel kun je vervolgens sensoren in de virtuele omgeving metingen laten doen. Door de beste resultaten bijeen te brengen, kan een nieuwe generatie (virtuele) sensoren worden ontwikkeld die het beter doet dan een eerdere generatie. Van de betere sensoren die je in de virtuele omgeving hebt gecreëerd, maak je vervolgens weer hardware sensoren en die plaats je weer in het echte systeem. Herhaal je dit proces, dan ontstaat, net als in een natuurlijke selectie telkens een betere generatie sensoren. Op die manier denken we op termijn sensoren te kunnen maken die instinctief opereren op basis van hetgeen ze aantreffen.’

Reageer op dit artikel