artikel

Andere aanpak grondstoffenbeleid hoognodig

SCM

Met de Grondstoffenscanner kunnen bedrijven eenvoudig inzicht krijgen in de leveringszekerheid en sociale problematiek in hun materiaalketen. Ondernemers Serge Kornuyt en Eduard Lebbink houden zich al langer met dit onderwerp bezig. Zij zien dat de tijd begint te dringen.

Andere aanpak grondstoffenbeleid hoognodig
(foto: Remade in Holland)

Tekst Ton van Leeuwen

Grondstoffen als kobalt, lithium en antimoon zijn essentieel bij de productie van telefoons, windmolens of elektrische auto’s, maar hebben een beperkte beschikbaarheid. Bijvoorbeeld door mogelijke uitputting, sociale aspecten zoals slechte arbeidsomstandigheden of prijsfluctuaties. Het ministerie van EZK en de maakindustrie hebben daarom de grondstoffenscanner gelanceerd. Deze tool geeft ondernemers direct inzicht in de leveringszekerheidsrisico’s van kritische grondstoffen en geeft aan wat er kan worden gedaan om deze risico’s te verminderen.

Voor ACE Wikkeltechniek is koper de belangrijkste grondstof. Het bedrijf produceert motoren en transformatoren en houdt zich daarnaast bezig met het repareren en wikkelen van elektromotoren. Wanneer de vraag en het verbruik ongewijzigd blijven, is het binnen veertig jaar gedaan met de beschikbaarheid van koper, zo bleek uit de tool. ‘Ik was er al langer mee bezig, maar vond dit toch een schokkende uitkomst’, zegt eigenaar Eduard Lebbink. ‘Tegelijkertijd blijkt dat op dit moment nog maar vijftig procent van het koper in de wereld wordt gerecycled. Daar is dus nog veel winst te behalen.’

Circulair werken

Recyclebedrijven maken meestal gebruik van shredders; ze vermalen de elektromotoren met grof geweld en proberen het koper vervolgens met scheidingstechnieken zo efficiënt mogelijk terug te winnen. Lebbink gaat sinds kort een stap verder. Geïnspireerd door een klantvraag ontstond een nieuw bedrijf: ACE Re-use Technology, dat sinds februari van dit jaar onder de naam Remade in Holland opereert. ‘Klanten die graag circulair willen werken, kunnen hun elektromotor aan het einde van de levensduur aan ons terug leveren. Wij halen die volledig uit elkaar, maken alles goed schoon en vervangen wat nodig is, bijvoorbeeld de tandwielen of lagers. Het koper kunnen we vaak volledig hergebruiken. Klanten krijgen vervolgens weer een motor terug die functioneert als nieuw.’

Lebbink weet de producten via ‘re-engineering’ zelfs regelmatig kwalitatief te verbeteren. ‘Doordat we met grote aantallen werken, herkennen we terugkerende schadebeelden. Daardoor kunnen we producten op zwakke plekken verbeteren, bijvoorbeeld door ander materiaalgebruik of door een verbeterde lagerpassing.’

Zoeken naar alternatieven

Lebbink kijkt intussen ook naar substituten voor koper, zoals aluminium of het veelbelovende ‘supermateriaal’ grafeen. Op dit moment bieden de alternatieven om verschillende redenen echter nog geen verbetering.
Anders is dit bij de firma Kornuyt, die zich bezighoudt met coatingvloeren en hierbij veel gebruik maakt van de polymeer epoxy. De recordhoogte van de olieprijs motiveerde directeur Serge Kornuyt een aantal jaren geleden om zich te gaan verdiepen in het thema circulaire economie. ‘Mede door contacten bij MVO Nederland begon ik kansen te zien, met name in het gebruik van reststromen uit de foodindustrie. Inmiddels gebruiken we voor onze vloeren bijvoorbeeld eierschalen, koffievlies en cacaodoppen.’ De bindmiddelen in de coating zijn vaak wel nog van kunststof, maar dat is een kwestie van tijd, zegt Kornuyt. ‘Onze droom is een honderd procent biobased vloer. En daar gaan we zeker naartoe.’

Footprint van de levensduur

De Grondstoffenscanner is voor Kornuyt een handig hulpmiddel. Als het gaat om duurzaamheid kijkt hij echter breder dan alleen het grondstoffengebruik. ‘Uiteindelijk gaat het om de footprint gedurende de levensduur. Wanneer je een keuze maakt voor een grondstof, moet je ook mee laten wegen hoe lang de vloer vervolgens mee gaat. Bovendien vind ik het belangrijk om ook naar sociale aspecten te kijken. Naast de Grondstoffenscanner, gebruik ik hiervoor ook de kennis van MVO Nederland, die uitgaan van de SDG’s (Sustainable Development Goals, de doelen die in 2015 door de Verenigde Naties zijn aangenomen, red.).’

Ook Lebbink kijkt verder dan alleen economie en beschikbaarheid. Bijvoorbeeld bij het gebruik van neodynium, een belangrijk element voor de producties van permanentmagneten. Volgens de Grondstoffenscanner is dit materiaal nog 1.000 jaar beschikbaar, maar dat moet volgens Lebbink geen vrijbrief zijn om het element voorlopig onbeperkt te blijven winnen. ‘Het kan in de grond zitten, maar dat is wel in gebieden waar mensen en dieren leven. We moeten ons afvragen: hoe normaal is het dat bedrijven via mijnbouw zo’n grote impact hebben op de omgeving?’

Gemeenschappelijk belang

Bedrijven moeten flink aan de bak, vinden zowel Kornuyt als Lebbink. De technologie is er in veel gevallen al klaar voor en de urgentie komt vanzelf. ‘Nu zie je de koperprijs nog redelijk variëren, maar de trend is stijgend’, zegt Lebbink. ‘De situatie gaat sowieso nijpend worden. Zeker met de groei van elektrisch vervoer; die van grote invloed zal zijn op de beschikbaarheid van koper.’

Ook bedrijven die niet te maken hebben met schaarse grondstoffen zouden zich moeten verdiepen in duurzaamheid, vindt Kornuyt bovendien. ‘Bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst. Of de olieprijs weer zo’n enorme piek gaat bereiken of niet, de koers naar circulair is ingezet. Als we daar geen tempo mee maken, kan uiteindelijk de hele economie instorten.’

‘De hele maatschappij is nu nog te veel ingericht volgens de oude economische wetten’, zegt Lebbink ten slotte. ‘We zijn gewend om dingen op te gebruiken. Om na twee jaar allemaal een nieuwe telefoon te kopen en de oude weg te gooien, ook als daar nog allemaal waardevolle materialen in zitten. Hoe normaal is het om iets te maken met het doel het weer te vervangen? Bedrijven moeten inzien dat je met een circulaire aanpak meer macht hebt. Over je materiaal, en daarmee ook over je toekomst.’

 

Grondstoffenscanner gericht op de gebruiker

De oorsprong van de Grondstoffenscanner ligt bij de zogenaamde grondstoffennotitie, die in 2011 door de toenmalige regering naar de Tweede Kamer werd gestuurd. ‘In die periode hebben we veel informatie vergaard over hoe de beschikbaarheid van grondstoffen Nederlandse ondernemingen kwetsbaar kan maken’, zegt David Pappie, directeur Topsectoren en Industriebeleid bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Hij was nauw betrokken bij de ontwikkeling van de Grondstoffenscanner betrokken. ‘We wilden niet dat deze informatie in een la terecht zou komen. Daarom hebben we een consortium van bedrijven gevraagd een praktische informatietool voor ondernemers te ontwikkelen.’

In dit consortium zaten onder meer TNO, EY en Dictu, de inhoudelijk coördinatie lag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). RVO.nl is ook de beheerder van de tool, die zich richt op MKB-bedrijven en dan met name inkopers. ‘De uitdaging was om gebruikers op een logische manier door de grote hoeveelheid gegevens te leiden’, vertelt Pappie. ‘De scanner is bijvoorbeeld doorzoekbaar op HSN-code en biedt handelingsperspectieven. De tool laat niet alleen zien waar de risico’s liggen, maar geeft ook alternatieven, praktische tips, en doorverwijzingen naar actuele informatie van andere bronnen, zoals de Nederlandse Vereniging van Inkopers.’

Bij dat laatste gaat het niet alleen om economische risico’s, benadrukt ook Pappie. ‘De sociale en milieu-impact worden steeds belangrijker. Zo is er nu al strenge Europese wetgeving voor het gebruik van de zogenaamde conflictmineralen. Deze staan duidelijk gemarkeerd in de Grondstoffenscanner, die daarmee kan helpen bij de bewustwording.’

www.grondstoffenscanner.nl

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels