artikel

Additive manufacturing – welke obstakels moet je overwinnen?

Engineering

Op technologisch gebied zijn er enorm veel mogelijkheden, maar veel bedrijven zijn huiverig om met de techniek te experimenteren. Er zijn drie enorme beren op de weg die bedrijven weerhouden om met de techniek aan de slag te gaan. Kris Binon, directeur van het onafhankelijke 3D-printing platform Flam3D geeft uitleg.

Additive manufacturing – welke obstakels moet je overwinnen?

tekst: Evi Husson

  • Business Case – Neem impact op productieproces mee in berekeningen

Wat bedrijven vooral tegenhoudt, is in eerste instantie de business case. Binon: ‘Wil je de techniek toepassen, dan moet het kostenplaatje kloppen. Daarbij is het belangrijk om niet alleen de kosten van het printen mee te nemen in de berekeningen, maar het hele plaatje te bekijken. Stel dat een geprint onderdeel voor een robotarm een gewichtsbesparing oplevert waardoor deze per beweging 0,1 seconde sneller kan bewegen. Deze gewichtsbesparing kan voor een bedrijf een enorme winst betekenen. Bij spuitgieten is het net zo: 3D-geprinte matrijzen kunnen efficiënter gekoeld worden, waardoor de snelheid van een productieproces met een bepaald percentage kan toenemen. Dit heeft een enorme impact op de langere termijn. Dergelijke positieve veranderingen moeten bedrijven meenemen in de berekeningen of additive manufacturing voordeliger is dan andere technieken of niet. Dat wordt nog wel eens vergeten.’

  • Standaardisatie 

Een tweede obstakel heeft betrekking op de standaardisatie. ‘Bij additive manufacturing zijn de aantallen geprinte onderdelen vaak laag. Als je elk geprint onderdeel of elke kleine serie afzonderlijk moet certificeren, wordt dit een erg tijdrovende en dure aangelegenheid. Daarom wordt momenteel onderzocht of niet het onderdeel zelf, maar het proces kan worden gecertificeerd. Kun je het proces certificeren, dan levert dit veel tijdswinst op.’
Standaardisatieprocessen verlopen doorgaans niet heel snel. ‘Positief is dat Siemens, GE, Philips en andere grote spelers veel potentieel zien in additive manufacturing. Zij hebben er dus erg veel baat bij dat er snel een standaardisatie komt en oefenen druk uit op instanties. Ondertussen werken ISO en ASTM samen om te komen tot een standaardisatie.’
Additive manufacturing is overigens niet de enige techniek die met moeilijkheden rond standaardisatie te maken heeft. Ook in de composietenwereld speelt dit probleem.

  • Kennis – Kijk op een andere manier naar producten of onderdelen

Een derde hobbel die als remmende factor werkt op de implementatie van additive manufacturing is het gebrek aan kennis. ‘Als je een bestaand product neemt en je wil het niet met de traditionele techniek produceren, maar via additive manufacturing, dan is de kans erg klein om een goede business case rond te krijgen. Belangrijk is om op een andere manier naar producten of onderdelen te kijken en ze anders te ontwerpen. Onderdelen moeten worden ontworpen vanuit de logica dat je zo min mogelijk materiaal wil gebruiken. Dit is een heel andere benadering. Neem frezen versus additive manufacturing. Bij frezen wil je zo min mogelijk materiaal wegnemen, aangezien dit zorgt veel extra werk tijdens de nabewerking. Bij additive manufacturing moet je juist zo min mogelijk materiaal aanbrengen. Bij deze techniek gebruik je alleen materiaal waar het nodig is. Dit is een heel andere manier van denken. Vaak ontbreekt de kennis hierover. Ook aan de technische universiteiten of hogescholen wordt deze manier van productontwerp nog maar weinig onderwezen. Hier is nog veel verbetering nodig.’
Ook ontbreekt vaak de kennis van de verschillende 3D-technieken. ‘Er zijn er ongeveer twintig waaruit men kan kiezen. Elke techniek heeft voor- en nadelen. Je moet dus al enige basiskennis hebben over de verschillende technologieën om te bepalen welke het meest geschikt is voor welke toepassing.’

 

Reageer op dit artikel