nieuws

‘Forse investeringen nodig voor trendbreuk in emissiereductie’

HSE

De energie-intensieve industrie in Nederland stoot sinds het begin van het Europese emissiehandelssysteem in 2005 zo’n 4 procent minder broeikasgas uit. Dat meldde de Volkskrant afgelopen vrijdag. Volgens VEMW is dit slechts de helft van het verhaal. In diezelfde periode is de productie van de industrie fors gegroeid, waardoor per saldo de industrie doelmatiger is geworden. En we kunnen er niet omheen dat om een trendbreuk in de emissies te bereiken forse investeringen nodig zijn. Dat laat een VEMW-plan, gebaseerd op een studie van adviesbureau McKinsey, zien.

‘Forse investeringen nodig voor trendbreuk in emissiereductie’

Sinds 2005 kent de Europese Unie zijn eigen emissiehandelssysteem (EU-ETS). Een marktinstrument om de uitstoot van broeikasgassen kosteneffectief te verminderen om zo de klimaatdoelstellingen te realiseren. Alle bedrijven die vallen onder het EU-ETS moeten jaarlijks voor elke ton CO2 die ze uitstoten één emissierecht overleggen. De Europese Commissie heeft de maximale CO2-uitstoot (het emissieplafond of de cap) vastgesteld voor 2020. Om dit plafond te bereiken moet de uitstoot van CO2 jaarlijks met een vastgesteld percentage (1.74%) dalen. Elk jaar zijn er dus minder emissierechten beschikbaar. Voor EU-ETS is de doelstelling 21 procent reductie in 2020, en die doelstelling wordt – zoals het zich nu laat aanzien – gehaald.
Hoeveel rechten worden toegewezen ligt vast in het nationaal toewijzingsbesluit. Elektriciteitsproducenten moet al hun benodigde rechten kopen. De industrie moet in toenemende mate rechten kopen op de markt: in 2013 ontvingen bedrijven 80 procent van de benodigde rechten gratis, in 2020 nog maar 30 procent. Doordat vragers en aanbieders handelen in emissierechten, krijgt broeikasgasuitstoot een prijs. Die prijs is met een niveau van 4- 8 euro/ton CO2 aanzienlijk lager dan ooit ingeschat (20-30 euro/ton).

Trendbreuk

Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “Dat de bijdrage van Nederland de afgelopen periode beperkt is geweest, heeft twee oorzaken: de industriële productie is toegenomen en Nederlandse bedrijven zijn relatief efficiënt in hun energiegebruik en emissie per eenheid product in vergelijking met het EU-28 gemiddelde . Dat is echter geen reden om tevreden achterover te leunen. Er moet nog veel gebeuren. In april hebben wij een plan gepresenteerd, gebaseerd op een onderzoek van adviesbureau McKinsey, om in 2050 te komen tot een CO2-reductie van 95 procent ten opzichte van 1990. Alleen dan kunnen we aan de akkoorden en verplichtingen voldoen. Er zal fors geïnvesteerd moeten worden om die uitstootvermindering te realiseren. Dat betekent onder meer dat we het energieverbruik moeten elektrificeren en hernieuwbare waterstof als energiedrager moeten inzetten. Dat kan de industrie niet alleen realiseren. Ook de overheid en andere stakeholders spelen een belangrijke rol.”

  • Meer informatie bij VEMW
  • Tips en trends rond energiebesparende maatregelen zijn te vinden op de Vakbeurs Energie, gehouden van 10 tot en met 12 oktober 2017 in de Brabanthallen in Den Bosch: Vakbeursenergie.nl
Reageer op dit artikel