nieuws

Rotterdamse waterstofeconomie kan energietransitie versnellen

HSE

De industrie in Rotterdam kan haar CO2-emissies al vóór 2030 aanzienlijk omlaag brengen door grootschalige productie en toepassing van blauwe waterstof. Dat blijkt uit een haalbaarheidsstudie die zestien bedrijven en organisaties verenigd in het project H-vision onder leiding van Deltalinqs hebben uitgevoerd.

Rotterdamse waterstofeconomie kan energietransitie versnellen

Rotterdam kan zich door de positieve uitkomst van het onderzoek ontwikkelen tot een hub waar naast bestaande productie straks ook blauwe en groene waterstof wordt gemaakt, gebruikt en verhandeld. Daarmee kan H-vision de start vormen van een waterstofeconomie in Rotterdam.

H-vision

H-vision richt zich op de productie van blauwe waterstof, dat wordt gemaakt op basis van aardgas en restgassen uit de industrie. De CO2 die vrijkomt bij de productie wordt veilig afgevangen en opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Een alternatieve CO2-route is hergebruik in bijvoorbeeld kassen in de regio.

De blauwe waterstof die op deze manier wordt geproduceerd, kan vervolgens als koolstofarme energiedrager in de industrie worden ingezet voor het opwekken van hoge temperaturen en voor de productie van elektriciteit. H-vision baant hiermee de weg voor groene waterstof die wordt geproduceerd door middel van elektrolyse met stroom uit duurzame bronnen als offshore windparken. Bij deze vorm van waterstofproductie komt geen CO2 vrij. Op dit moment is er te weinig groene stroom voor productie van groene waterstof op industriële schaal.

Belangrijke stap voor Rotterdam en Nederland

Deltalinqs-voorzitter Steven Lak ziet H-vision als een belangrijke stap voor Rotterdam en Nederland. “De industrie neemt hier het voortouw om met een praktische oplossing al op korte termijn de uitstoot van CO2 drastisch terug te brengen. De waterstofketen en de bijbehorende infrastructuur die er komen voor H-vision maakt het ook mogelijk groene waterstof makkelijker in het systeem in te passen. H-vision heeft daarmee twee belangrijke kwaliteiten: het snel verlagen van de CO2-uitstoot en het versnellen van de energietransitie als wegbereider van de toekomstige groene-waterstofeconomie.”

Uitkomsten

Het onderzoeksteam van H-vision rekende in de afgelopen periode verschillende varianten (laag-referentie-hoog) op techniek, financiële onderbouwing en marktomstandigheden door. Hieronder een aantal bevindingen uit de referentievariant:

  • H-vision kan op korte termijn een forse CO2-reductie realiseren. Die loopt op van 2,2 miljoen ton in 2026 tot 4,3 miljoen ton in 2031.
  • Afgezet tegen de totale CO2 -uitstoot van de industrie in Rotterdam over 2018 (26,4 miljoen ton) leidt gebruik van blauwe waterstof als energiedrager in de industrie tot een emissiereductie van 16%.
  • De prijs per vermeden ton CO2 bedraagt in de referentievariant € 86 – € 146 (exclusief ETS-credits), afhankelijk van de economische scenario’s.
  • De te bouwen H-vision waterstofinstallaties krijgen een productiecapaciteit van ruim 700 kiloton op jaarbasis ofwel circa 3200 MW. Daarmee kan de industrie in Rotterdam maar liefst 20% van de benodigde warmte en stroom op basis van blauwe waterstof produceren.
  • Aangezien de CO2 wordt afgevangen vóórdat verbranding heeft plaatsgevonden, heeft de industrie een grote mate van flexibiliteit. De waterstof kan grootschalig worden ingezet als grondstof of brandstof in de industrie en als energiedrager voor elektriciteitsproductie. Industrieën kunnen desgewenst later ook overschakelen op andere CO2- reductietechnieken, en daarmee wordt een ‘lock-in’ voorkomen. De blauwe waterstof kan namelijk gemakkelijk elders worden ingezet, ook in een mix met groene waterstof. De manier waarop de waterstof geproduceerd verschilt, maar het product niet.

Investering

Met de bouw van de waterstofinstallaties voor H-vision is in de referentievariant op basis van de huidige inzichten een investering van circa € 1,3 miljard gemoeid. Inclusief infrastructuur en technische aanpassingen aan industriezijde komt de totale investering op naar schatting € 2 miljard. Dit is in feite een investering in de start van de waterstofeconomie.

Met de positieve afronding van de haalbaarheidsstudie gaat H-vision een nieuwe fase in, waarin zal worden overlegd met de overheid over regelgeving, risicoafdekking en financiële ondersteuning. Ook de keuzes in het uiteindelijke Klimaatakkoord zijn van groot belang. H-vision richt zich nu op een verdere detaillering van technisch ontwerp, financiële onderbouwing, marktpositie en organisatie. Uit de studie is de Maasvlakte als een goede locatie voor de waterstoffabrieken naar voren gekomen. Ook hier zal verder onderzoek naar worden gedaan.

Een investeringsbesluit zou in 2021 genomen kunnen worden. In een dergelijke planning kan de eerste installatie begin 2026 de industrie in Rotterdam van koolstofarme waterstof kunnen voorzien.

Reageer op dit artikel