artikel

Geld besparen met dataverzameling en conditiemeting

Maintenance

‘De laatste twee, drie jaar is veel veranderd op onderhoudsgebied. Thema’s als dataverzameling en conditiemeting hebben in diverse sectoren een enorme vlucht genomen qua prioritering’, stelt Henk Akkermans, gewoon hoogleraar Supply Chain Management aan de Universiteit van Tilburg.

Geld besparen met dataverzameling en conditiemeting
(foto: SKF)

Tekst: Evi Husson

‘Steeds meer bedrijven willen af van de nadelen van correctief onderhoud. Door een lange downtime – reserveonderdelen moeten besteld, werkzaamheden moeten ingepland – verlies je bij correctief onderhoud kostbare tijd en dus ook geld. Daarom gebeurt onderhoud steeds vaker preventief. Men weet nog niet wanneer een apparaat stuk zal gaan, maar onderhoud wordt alvast ingepland om te voorkomen dat processen door defecten stil komen te vallen. Ook hier maak je verlies omdat het onderhoud niet altijd nodig is’, stelt Henk Akkermans, gewoon hoogleraar Supply Chain Management aan de Universiteit van Tilburg. ‘Condition based onderhoud wint daarom steeds meer aan terrein. Doordat je op ieder moment weet wat de toestand van het apparaat is, kun je exact voorspellen wanneer onderhoud nodig is. Je kunt onderhoudswerkzaamheden op het meest gunstige moment inplannen.’

Boardroom

‘Maatschappelijke noodzaak en technologische innovatie geven condition based onderhoud het nodige duwtje in de rug’, stelt Akkermans. ‘Neem de Merwedebrug. Hier zal versneld correctief onderhoud plaatsvinden aangezien deze belangrijke verkeersader haarscheurtjes blijkt te vertonen. Dit had men met conditiemeting al tijden geleden kunnen voorspellen. In plaats van een kostenplaatje van om en bij de 10.000 euro loopt de maatschappelijke schade inmiddels in de miljoenen. Bij fabrieken komt dit soort problemen eveneens voor. Door aging assets is men steeds meer (maatschappelijk) genoodzaakt om condition based onderhoud te plegen. Dus niet te vroeg of gepland, niet te laat of correctief, maar op het juiste moment. Tegelijkertijd zorgt technologische innovatie – sensortechnologie, dataverzameling – ervoor dat deze vorm van onderhoud eenvoudiger is te implementeren en ook interessanter wordt om als dienst aan te bieden.’

Inertie

Het merendeel van de bedrijven is nog niet overgestapt op deze vorm van onderhoud. Dit ligt volgens Akkermans aan inertie. ‘De klassieke manier waarop onderhoud is ingericht, werkt doorgaans zonder grote problemen. Echter, er is nog niet veel bekend of datagestuurd onderhoud eveneens of beter zal werken. Dat maakt onzeker.’ Toch ziet Akkermans de toekomst positief in. ‘De fases van de early innovators en fast followers zijn we inmiddels voorbij. Momenteel komt de grote massa geleidelijk in beweging.’ Akkermans vergelijkt de trend met de opkomst van ERP-systemen in de jaren negentig. ‘ERP werd eerst weggewuifd door diverse partijen. Gaandeweg implementeerden de eerste bedrijven deze logistieke systemen, die nog helemaal niet zo goed waren. Toch werden eerste successen geboekt en belandde men op een bepaald moment bij het kantelpunt waar de vraag ‘waarom zou ik eraan beginnen’ richting ‘waarom zijn we er nog niet aan begonnen?’ verschoof.  Uiteindelijk waren het niet de CIO’s (chief information officers), maar de CFO’s, de financiële bazen en general managers die er brood in zagen. Datzelfde scenario verwacht ik ook rondom dataverzameling en conditiemeting in onderhoud. De board zal dit ook omarmen, hopelijk samen met de maintenance manager.’

Samenwerken

‘Data verzamelen is door sensortechnologie niet meer zo moeilijk. Echter op een slimme manier omgaan met deze data is vaak nog lastig. Daarvoor moeten verschillende partijen met elkaar samenwerken die voorheen niet gewend waren om samen te werken. De meest ideale situatie is een end-to-end system engineering, waarbij iedere betrokkene, onafhankelijk van de functie die hij uitvoert, begrijpt hoe het hele proces verloopt.’ Dit vraagt om een culturele omwenteling. ‘Er moeten nogal wat nieuwe vriendschappen worden gesloten. Ten eerste moeten IT-systemen aan elkaar worden gekoppeld. Men moet veel meer gaan sturen op feiten in plaats van op meningen en ervaringen. Daarnaast is het nodig dat design engineers en onderhouds- en servicemanagers meer samenwerken. Wat in het veld gebeurt, moet worden teruggekoppeld aan de medewerkers die rond de tekentafel zitten.’ Ook een samenwerking met partners moet veel hechter worden, bijvoorbeeld wanneer onderhoud wordt uitbesteed. ‘Contractors en asset owners moeten hun doelen – hoge uptime – meer gelijk willen stellen in de vorm van performance based contracten. Niet langer betalen voor onderhoud dat wordt gepleegd wanneer het noodzakelijk is, maar een contract waar de prestaties en het draaiend houden van de machines centraal staat. Dit moet van beide kanten komen.’

Top down

De lucht- en ruimtevaarsector is wellicht het verst in deze ontwikkeling, stelt Akkermans. ‘Zij werken veel met sensoriek en datamonitoring . In een vliegtuig bevatten afsluiters bijvoorbeeld sensoren om faalkansen te allen tijde te vermijden. Ook doorroesten is in principe onmogelijk bij vliegtuigen aangezien ook daar van sensoren gebruik wordt gemaakt.’ Waar liggen de kansen voor de maakindustrie? Akkermans: ‘In de maakindustrie zijn er twee zaken te onderscheiden. Het is altijd zaak om het productieproces draaiende te houden. Aan de andere kant kan een maakbedrijf nadenken hoe hij zijn geproduceerde producten of machines slimmer kan maken. Is het voor een maakbedrijf interessant om onderhoud en service groots en breed aan te pakken en daarin meer dienstverlening richting klant te bieden? Denk aan modificaties, upgrades, onderhoud, service,… Neem ASML. Dit bedrijf zorgt voor veel extra omzet dankzij upgrades aan bestaande machines terwijl ze toch heel geavanceerde machines produceren. Hetzelfde geldt voor de scheepsbouw. Service op schepen kan enorm lucratief zijn. Voor andere producten, denk bijvoorbeeld aan printers, is de focus op service en onderhoud minder belangrijk aangezien daar weinig winst is te behalen. Bij dit soort producten is de verkoop juist de cash cow. Dit is echter sector- en businessafhankelijk en ieder bedrijf moet voor zichzelf bepalen tot op welke hoogte service en onderhoud een winstgevende tak kan zijn. Of kan worden.’

Nieuwe business

Welke partij de toekomstige onderhouds-business naar zich toetrekt, staat evenmin vast. ‘Neem opnieuw de scheepsbouw. Wie zorgt ervoor dat de machinekamer in optimale conditie is en blijft? Concerns als Boskalis hebben een enorme verzameling aan schepen waardoor het door de schaalgrootte logisch is om onderhoud intern te houden. Maar onderhoud kan evengoed worden uitbesteed. Zal de leverancier van scheepsmotoren deze dienst aanbieden? Of een leverancier van een onderdeel van de motor zoals een leverancier van de lagers? Voor verschillende bedrijven liggen hier kansen om onderhoud en service naar zich toe te trekken.’ Akkermans geeft nog een voorbeeld. ‘Bij ziekenhuizen ziet de situatie er heel anders uit. Ook hier is een aantal machines in gebruik die regelmatig onderhoud en service verlangen. Een ziekenhuis zal dit al snel uitbesteden aangezien het niet hun core business is. Zo’n SLA-contract betekent echter ook dat ze de beslissingen volledig uit handen geven en de verantwoordelijkheid bij een andere partij leggen. Dat zijn strategische keuzes die worden gemaakt. Hoeveel wil je uitbesteden, waarom wil je uitbesteden? Elk bedrijf heeft zijn eigen visie hierop. Wel wordt duidelijk dat de ketens slimmer zullen worden beheerd. Welke partij dit op zich neemt, hangt af van welke partij het hardst loopt, of welke partij kansen ziet en zich hiermee wil bezighouden.’

Vertrouwen

‘Bedrijven die businessmogelijkheden zien om de service-tak met dataverzameling en conditiemeting te laten groeien, kunnen het beste klein beginnen’, raadt Akkermans aan. ‘Alles wat je als maakbedrijf produceert, kun je voorzien van sensoren. Wanneer je een product of machine verkoopt, kun je de klant vragen of hij ermee akkoord is dat je als producent de data verzamelt, die de machines of producten genereren. Meestal vinden ze dit niet meteen goed. Het is dan zaak uit te leggen wat de voordelen zijn van dataverzameling. Er kunnen sneller en eenvoudiger oplossingen worden gevonden bij foutmeldingen, er kan worden uitgelezen wanneer onderdelen moeten worden vervangen, downtime wordt minder, … Kortom het is eenvoudiger om sneller te anticiperen op potentiële problemen. Door goede communicatie zijn een aantal klanten wellicht bereid de data vooraf te delen. Dit is een traject dat langzaam en gaandeweg groeit en veel tijd vraagt. Data delen is nog wat anders dan contracten sluiten en vraagt om vertrouwen.’

Slimme aanbevelingen

Eenmaal de datalijn is ingericht, is het zaak om ook daadwerkelijk wat met de data te doen. ‘Probeer als producent meteen slimme aanbevelingen te doen bij de klanten die zich bereid hebben gevonden data te delen. Op die manier gaat de bal steeds meer aan het rollen.’ Akkermans geeft een voorbeeld uit de scheepsbouw. ‘Als je een scheepseigenaar kunt melden dat je vanuit de data hebt gemerkt dat er snel wat aan een bepaald onderdeel in de machinekamer moet gebeuren, is hij meteen één en al oor. Als je vervolgens kunt afstemmen dat een service engineer in de haven klaar staat bij aankomst van een schip om een revisie te doen voor er echt wat mis is, zal de eigenaar van het schip dit ten zeerste appreciëren.’

Open innovatie

Wanneer je op welke manier service biedt, is een groeipad. ‘Klant en leverancier zullen gaandeweg steeds beter kunnen afstemmen wat ze voor elkaar kunnen betekenen. Dat begint bij een database en een vertrouwen dat moet groeien.’ Je hoeft ook niet het wiel volledig zelf uit te vinden. ‘Er zijn diverse fieldlabs of andere platforms opgezet waar open innovatie mogelijk is. Ga te rade bij andere bedrijven, eventueel sectoroverschrijdend en experimenteer. Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. Begin daarom klein en bouw iets op met een klant waar de relatie al ijzersterk is. Natuurlijk is het in het begin doodeng, maar wil je veranderen, dan moet je ergens beginnen.’

Reageer op dit artikel