artikel

Smart industry stopt niet bij de fabrieksmuren

Manufacturing

De industrie digitaliseert in snel tempo. Egbert-Jan Sol, programmadirecteur Smart Industry legt uit hoe de Nederlandse maakindustrie ervoor staat en wat bedrijven moeten doen om de versnelling van de digitalisering van de industrie op de rit te krijgen.

Smart industry stopt niet bij de fabrieksmuren
(foto: Verkijk)

‘De kopgroep in Nederland, denk aan ASML, 247Tailor Steel, AWL, Damen, Daf, Philips, Tata Steel en nog een aantal andere grote spelers, loopt voorop in hun producten en productieprocessen om alles slimmer, meer digitaal en duurzamer te maken. Zij zijn hier al erg ver mee. Maar het peloton komt inmiddels ook in beweging’, stelt prof dr ir Egbert-Jan Sol, (TNO en Radboud Universiteit) en programmadirecteur Smart Industry.

Het gaat dan vooral om de discrete industrie. ‘Bij de procesindustrie ligt de prioriteit momenteel meer op duurzaamheid en decarbonisatie, maar ook deze sector digitaliseert. Grote installaties worden met meer sensoren uitgerust om meer data op te halen, de mogelijkheden van 5G worden onderzocht en geleidelijk wordt ook de procesindustrie smart’, aldus Sol.

Standaardisatie van digitale systemen

Programmadirecteur Smart Industry Egbert-Jan Sol: ‘De standaardisatie van digitale systemen komt op gang.’

Voor het merendeel van de maakindustrie in Nederland, maar ook in Duitsland en Vlaanderen is de oriëntatiefase inmiddels voorbij. ‘Steeds meer bedrijven zijn in de implementatiefase beland. Daarom hebben we vorig jaar ook de Implementatieagenda Smart Industry 2018-2021 aangeboden. Deze agenda heeft als kerndoel de digitalisering in bedrijven te versnellen. Met als einddoel in 2021 als BV Nederland het meest flexibele en het beste digitaal verbonden productienetwerk van Europa te hebben gerealiseerd.’
Zover zijn we nog niet. ‘Wat ik merk, is dat de meeste bedrijven op de hoogte zijn van wat er gaande is. Daarnaast komt langzamerhand de standaardisatie van digitale systemen op gang.’ Een harde noodzaak voor brede acceptatie. ‘Smart industry is niet iets dat binnen de fabrieksmuren blijft. Als je een machine bouwt, koop je onderdelen in bij toeleveranciers die op hun beurt onderdelen bij hun toeleveranciers inkopen. Worden kleine series van complexe machines gebouwd, met ieder een afwijkend ontwerp, dan brengt dit ontzettend veel informatiestromen met zich mee: van offertes, tekeningen, transportinformatie, rekeningen tot productie- en kwaliteitsdata vanuit machines. Deze data moeten digitaal en cybersecure worden uitgewisseld en verzameld. Heeft een toeleverancier een aantal klanten met ieder een eigen order- en dataverzamelsysteem, dan wordt het voor de toeleverancier onbetaalbaar om de software steeds aan te passen zodat gegevens zijn uit te wisselen. Data uitwisselen met volgens internationale standaarden gekoppelde IT-systemen, is daarom essentieel en maakt uiteindelijk een integrale ketenoptimalisering mogelijk. Nu standaardisatie op gang komt, is het de uitdaging om dat wat de koplopers al doen, verder uit te dragen naar het grote peloton.’

Leestip: Naar een standaard voor digitale communicatie in de keten

Nu handelen is noodzaak

De mensen, en dan vooral de leidinggevenden, moeten begrijpen wat er speelt. Sol: ‘Om te weten welke veranderingen de digitalisering met zich meebrengt, zouden managers enige kennis moeten hebben van begrippen als OPC UA, Industrial Data Space, TCP/IP standaard en Administration Shell (de elektronische beschrijving van een asset, red.) en inzicht moeten hebben in de werking van besturingssystemen, zoals unix en data-analyse, visualisatiemogelijkheden en steeds slimmere besturingstechnieken tot aan machine learning en artificial intelligence toe. Op zich is dit allemaal niet onmogelijk. Het gebruik van computers en mobiele telefonie werd in het begin ook maar door enkelen begrepen en opgepakt. Echter, het management van maakbedrijven is doorgaans ouder dan 35. Dit betekent dat ze pas op volwassen leeftijd – dus niet in hun jeugd of studentenaren – te maken kregen met internet en kennismaakten met de digitale wereld. Het zittend management moet daarom bereid zijn tijd te investeren in scholing om te begrijpen wat de huidige versnelling van de digitalisering van de industrie naar smart industry betekent. Daar gaat wel enige tijd overheen.’

Denk aan kennis over het verzamelen, valideren, delen en visualiseren van data, het gebruik van standaarden, monitoringsprogramma’s, artificial intelligence, digital twinning,… ‘Managers moeten de juiste keuzes kunnen maken om het bedrijf in de goede richting te bewegen. Waar je een aantal jaren geleden een hardware product maakte, verkocht en het vervolgens nooit meer terugzag, is er nu rond een product zo ontzettend veel informatie beschikbaar. Hierdoor wordt het voor ondernemingen de uitdaging om te beslissen waar ze mee willen beginnen om kosten te besparen of nieuwe business te creëren. Managers moeten zich de vraag stellen wat welk rendement levert op korte en lange termijn en hoe de werknemers, en ook de managers zelf, daarvoor het beste kunnen worden opgeleid.’

Lees ook: OPC UA-implementatie: begin klein en met stappenplan

Opleiden en een leven lang leren

Het volgen van één intensieve cursus of opleiding is niet voldoende. ‘Werknemers zullen in de toekomst een leven lang moeten blijven leren’, zegt Sol. ‘Er zijn ontzettend veel ontwikkelingen gaande op velerlei gebieden: de economie trekt aan, er zijn minder instromende jongeren en meer uitstromende ouderen. Als de markt groeit en het moeite kost om extra personeel te vinden, moet een werkgever de productiviteit van de bestaande werknemers vergroten door de inzet van slimme technologie. En daar is kennis voor nodig. Door de snelle digitalisering zullen de werknemers ook intensiever moeten worden bijgeschoold. Tegelijkertijd kost het trainen en bijscholen van werknemers kostbare tijd. Tijd vrijmaken is met andere woorden alleen mogelijk als de productiviteit in de resterende tijd omhoog gaat, wat in veel gevallen betekent dat de productiviteit zal moeten verdubbelen. Een bijkomend probleem is dat er bij vertrek van een werknemer – door ouderdom of omdat ze niet langer meekunnen – niet snel vervanging op de arbeidsmarkt zal worden gevonden. Deze ontwikkelingen zorgen voor voldoende motivatie om de eigen, zittende werknemers, vaak boven de 35 jaar, continu bij te scholen met digitale vaardigheden. Zeker als ICT deskundigen schaars en duur zijn, wordt bij- en omscholing van eigen technisch personeel de enige mogelijkheid. Maar dan moet het ‘levenslang leren’ wel aantrekkelijk worden gemaakt.’

Fieldlabs

Dit gaat niet via klassiek onderwijs. ‘Het probleem met scholen is dat deze vooral zijn gericht op initieel onderwijs voor jongeren, gericht op een hoge productiviteit, waarin grote hoeveelheden leerstof door de molen wordt gehaald. In de industrie zie je echter mensen uit verschillende sectoren met verschillende beroepsachtergronden, niveaus en leeftijden waardoor veel individueler onderwijs nodig is, afgestemd op de behoeftes van bedrijven.’

Fieldlabs kunnen hier van betekenis zijn. ‘Fieldlabs zijn praktijkomgevingen rond actuele thema’s waarin bedrijven en kennisinstellingen doelgericht Smart Industry oplossingen ontwikkelen, testen en implementeren. Aangezien fieldlabs publiek-private activiteiten zijn met verschillende educatie of innovatieprojecten kunnen geïnteresseerde bedrijven vrij eenvoudig deelnemen. We hebben echter ook vastgesteld dat bedrijven sneller deelnemen als de initiatieven niet landelijk, maar regionaal zijn georganiseerd. Daarom hebben we in vijf regio’s een Smart Industry Hub opgericht met een coördinator die de verschillende fieldlabs in zijn regio goed kent – meestal iemand van een regionale ontwikkelingsmaatschappij. Hij of zij heeft een goed overzicht over de bedrijven in de regio. Op die manier maken geleidelijk aan steeds meer bedrijven kennis met smart industry.’

Open source

Fieldlabs dragen bij aan de ontwikkeling van smart Nederland maar er zijn meer initiatieven nodig om kennis binnen bedrijven te brengen, stelt Sol. ‘Binnen het programmabureau Smart Industry ontwikkelen we ook open source cursussen en workshops rondom datadelen, standaarden, cyber security en dergelijke om zoveel mogelijk bedrijven te kunnen bereiken. Het is echter wel de bedoeling dat scholen, bedrijfsopleidingen en private opleidingscentra dit uiteindelijk zullen overnemen zodat de kennisontwikkeling in Nederland breed wordt gedragen. Op die manier kunnen we ons doel – in 2021 het meest flexibele en het beste digitaal verbonden productienetwerk van Europa te hebben gerealiseerd –behalen.’

Leestip: Smart Industry: Waar staat Nederland ten opzichte van de rest van Europa?

 

Fieldlabs

Momenteel zijn 39 Smart Industry Fieldlabs actief waarin verschillende thema’s worden behandeld. Er zijn ongeveer 450 bedrijven actief en ongeveer 5.000 mensen opgeleid. Hieronder een aantal bijzondere ontwikkelingen rond een aantal fieldlabs:

RoboHouse

In januari opende het RoboHouse in Delft officieel haar deuren. Het smart industry fieldlab heeft als missie het Nederlandse bedrijfsleven laagdrempelig kennis te laten maken met nieuwe roboticatechnieken zodat bedrijven deze vervolgens hun eigen productieprocessen kunnen toepassen.

Smart Dairy Farming

Dit fieldlab is door zijn succes niet langer een fieldlab. Smart dairy farming was in eerste instantie als fieldlab opgericht om de duurzaamheid (gezondheid en productie) en het (economisch) rendement van de melkveehouderij te verhogen door realtime data van melkkoeien te verzamelen. Op die manier kunnen patronen worden herkend en kan advies worden gegeven aan melkveehouders. Het initiatief was zo succesvol dat het heeft geleid tot het ontstaan van een stichting die eigendom is van de melkveehouders. Deze stichting verzamelt alle data en verwerkt ze tot advies voor de aangesloten melkveehouders.

Vijf Fieldlabs op één locatie

Een andere noemenswaardige ontwikkeling is dat op de Brainport Industry Campus in Eindhoven binnenkort vijf Fieldlabs zullen zijn gevestigd (Fieldlab ‘The smart connected supplier network’, Fieldlab flexible manufacturing, Fieldlab Multimateriaal 3D; Fieldlab Advanced Manufacturing Logistics en Fieldlab high tech software cluster). In één groot complex zijn twintig bedrijven en een opleidingsinstituut gevestigd waardoor de fieldlabs meer draagkracht krijgen.

SAM|XL

In Delft zal binnenkort het SAMXL fieldlab officieel worden geopend, wat staat voor Smart Advanced manufacturing XL. In een grote hal van ongeveer 2.000m2 kunnen bedrijven en onderzoeksinstellingen samenwerken op het gebied van automatiseren en robotiseren van de productie van lichtgewicht constructies, waaronder composiet. Denk aan grootschalige automatiseringscellen voor lay-up; schoonmaken, voorbehandelen en coaten van oppervlakken.

ACM3

Het Smart Industry Fieldlab ACM3 (Automated Composites & Metal Manufacturing and Maintenance) heeft een eerste vierjarig programma afgerond en krijgt in februari 2019 een vervolgprogramma. Het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) werkt in nauwe samenwerking met bedrijven uit de private sector, MKB’s, kennisinstellingen, hogescholen en universiteiten aan de ontwikkeling van geautomatiseerde fabricageprocessen voor lichtgewicht composiet en metalen producten en het digitaliseren van deze processen.

Reageer op dit artikel