artikel

Daf Trucks pakt energiebesparing groots aan

Manufacturing

Daf Trucks heeft de afgelopen jaren veel energiebesparingstrajecten doorgevoerd. Van een nieuw ketelhuis, ledverlichting tot restwarmtebenutting. Maar waar begin je? Energy Manager Ronald Stegers legt uit hoe het energieverbruik bij de vrachtwagenfabrikant door de jaren heen sterk is teruggedrongen.

Daf Trucks pakt energiebesparing groots aan
Foto's: Daf Trucks

Vrachtwagens, daar draait het om bij Daf Trucks. Kernactiviteit is de ontwikkeling en productie van lichte, middelzware en zware bedrijfswagens. Tegelijkertijd is het bedrijf al jaren actief om het energieverbruik verder terug te dringen. ‘In 1999 zijn we aan de slag gegaan met een energiemanagementsysteem. Daarvóór hadden we al een energiestuurgroep die energie meenam in alle beslissingen. Het duidelijk inzichtelijk maken van ons energieverbruik met grafieken en rapportages zijn we aan het einde van vorige eeuw gestart’, zegt Energy Manager Ronald Stegers van DAF Trucks. “Belangrijk is daarbij eerst de hoofdlijnen uit te zetten en geleidelijk aan meer in te zoomen, vervolgt Stegers: ‘Elke transformator is voorzien van een meter. Achter zo’n transformator zit bijvoorbeeld een kantoorgebouw, een gedeelte van onze productie of één machine zoals bijvoorbeeld een grote pers (in de Plaat Komponenten Fabriek, red.). De hoeveelheid transformatoren om een fabriek te voeden varieert van drie tot vijftien per fabriek.’
Er staan drie fabrieken in Eindhoven: één voor de productie van plaatmateriaal en componenten, één voor motoren en één voor de eindassemblage. Het meten van het energieverbruik per fabriek was een eerste stap. ‘We konden ons hierdoor een beeld vormen van het energieverbruik per activiteit. Op een later moment was een meer gedetailleerd niveau wenselijk en werden ook op de afgaande leidingen vanuit de transformator meters geplaatst. Zo kregen we niet per fabrieksonderdeel, maar in grote lijnen per productielijn een reëel beeld van het energieverbruik. En waar nodig werd daarbovenop nog een aantal detailmeters geplaatst om deelprocessen beter in kaart te hebben en te kunnen bewaken.’

Meten geeft je inzicht. ‘Je ziet per gebouw waar de grote energieverbruikers zijn. Voor ons was dit de motorenfabriek. Logisch, als je weet dat ook de energie-intensieve verspanende bewerkingen en hardingsprocessen hier plaatsvinden. Een grote energieverbruiker is dus niet automatisch het slechtste jongetje van de klas. Sommige bewerkingen kosten nu eenmaal meer energie. Je moet het verbruik steeds in perspectief plaatsen. Echter, kun je bij de grote energieverbruikers succesvol besparingsmaatregelen doorvoeren, dan behaal je wel meteen een enorme winst.’

Leestip: Tips om energiemonitoring aan te pakken

Nieuw ketelhuis

Een grote slag op energiebesparingsgebied bleek de vernieuwing van het ketelhuis. ‘In het oude ketelhuis stonden vijf grote centrale ketels van bijna 9 MW per stuk. Deze dateerden nog uit de jaren vijftig. Na onderzoek besloten we om niet vijf, maar vier nieuwe ketels met een vermogen van 7 MW te plaatsen. Deze ketels produceren heet water tussen de 110 en 130 graden Celsius. Het heet water wordt gebruikt voor het verwarmen van productieprocessen en in klimaatinstallaties. Grofweg de helft van de jaarlijkse opgewekte warmte wordt gebruikt voor de verwarming van de fabriekshallen en naastgelegen kantoren (via radiatoren en luchtbehandelingskasten). De andere helft vindt toepassing in het verwarmen van de lucht voor de spuitboxen en de droogovens van de lakstraten, het op temperatuur houden van de (dompel)baden van de lakstraat en het warmhouden van de wasmachines die nodig zijn voor de schoonmaak van bewerkte materialen.’
Energetisch is de vernieuwing van het ketelhuis een paradepaardje. ‘Het rendement is fors omhoog gegaan. En een ketel minder betekent ook nog eens een besparing op onderhoud.’

Nullastverbruik

Stegers geeft nog meer voorbeelden van verbeterprojecten. ‘Uit onze energiemonitoring kwam naar voren dat een aantal machines niet werd uitgeschakeld wanneer de productie klaar was. Hierdoor bleef vrij veel nullastverbruik over. Operators waren zich er vaak niet van bewust dat ze de machines mochten uitschakelen wanneer ze de laatste ploeg van de week waren. Tijdens de economische crisis hadden we tijd om dit project op te pakken. Procedures hebben we aangepast, de bewustwording groeide en de operators kregen meer verantwoordelijkheid. We constateerden in deze periode een sterke daling van het nullastverbruik. Tegenwoordig hebben we de luxe dat machines continu draaien en niet uit hoeven. De aanpassing in de procedures heeft daarnaast ook een stukje opvoeding en bewustwording met zich meegebracht.’

Ledverlichting

Ook de verlichting werd aangepakt. ‘Uit de monitoringsrapportages merkten we op dat ongeveer twintig procent van het verbruik aan de verlichting kon worden toegedicht. Dat is een significante hoeveelheid energie waar besparingskansen liggen. We zagen de potentie van ledverlichting al toen deze in de markt werd geïntroduceerd. Toch hebben we dit project niet meteen opgepakt maar hebben we gewacht tot de vrij jonge technologie volwassen was geworden. Hierdoor ontstond meteen een win-win-situatie. We gingen naar een hoger lichtniveau en konden dankzij ledverlichting veel energie besparen.’
Om te voorkomen dat ledverlichting onnodig zou branden, koos Daf voor meer gedetailleerde bedieningspanelen. Hierdoor werd het mogelijk om alleen verlichting te laten branden op plekken waar mensen aan het werk zijn. ‘Ook wanneer bijvoorbeeld onderhoud wordt gepleegd, willen we dat alleen de plekken waar onderhoud plaatsvindt – en de paden ernaar toe – verlichting brandt. Het management heeft werknemers hier wel een duwtje in de rug moeten geven. Met resultaat. Op dit moment gaat nog ongeveer tien procent van het verbruik naar verlichting.’

Afwijkend patroon

Het nauwkeurig kijken naar het energieverbruik maakt niet alleen kansen zichtbaar waar je kunt besparen. Het brengt ook problemen aan het licht. Stegers geeft een voorbeeld. ‘In een kleiner gebouw bleek het maandverbruik ineens bijna te zijn verdubbeld. Uit eerste gesprekken met de productie kon niet worden afgeleid wat er aan de hand was. Er leek voor de productie niets noemenswaardig te zijn veranderd. Daarom zijn we dieper gaan graven en hebben we de uur- en kwartiergegevens onder de loep genomen. We konden daarin een bepaald patroon waarnemen: In de ochtend – als het koud is – bleek stapsgewijs het energieverbruik zich te vermeerderen. Met deze vaststellingen ging ik met de productie in gesprek. Wat bleek, in de productiehal hadden ze de logistiek aangepast waardoor een bepaalde deur vaker openging. Het openen van deze deur triggerde een elektrische heater die als luchtgordijn werkt.’

‘Dit begon met één, gevolgd door een tweede, derde en vierde heater om het temperatuurniveau in de hal op peil te houden. Niemand had zich gerealiseerd dat de logistieke wijziging een impact zou hebben op het energieverbruik. Maar door meer gedetailleerd naar het energieverbruik te kijken, hebben we de oorzaak toch kunnen achterhalen. De logistiek is vervolgens weer gedeeltelijk gewijzigd om een zo minimaal mogelijke impact te hebben op het luchtgordijn. Daarnaast is de productie zich er nu terdege van bewust dat als een bepaalde deur wordt geopend, ze deze zo snel mogelijk weer moeten sluiten. Zonder monitoring kun je dit overbodig verbruik moeilijk achterhalen.’

LeestipVoorwaarden voor een effectief energiemanagementsysteem

Werknemers meekrijgen

Wil je het energieverbruik verbeteren, dan moet je als energiemanager in gesprek met werknemers en hen enthousiasmeren om mee te werken aan projecten. ‘Het is vaak noodzakelijk dat de organisatie tijd en mensen vrijmaakt om wijzigingen te kunnen doorvoeren. In de praktijk is dit soms lastig. Vooral voor kleine verbeterprojecten is enige overtuigingskracht nodig. Deze projecten moeten er ‘even extra’ bij worden gedaan, terwijl de reguliere productieplanning niet wordt opgeschoven en de productiekwaliteit gehandhaafd moet blijven. Zien werknemers de effecten van hun extra inspanning vervolgens niet meteen terug in de rapportages, dan wordt een volgende actie die je wil uitvoeren nog lastiger omdat men twijfelt of deze wel groot effect zal hebben.’
Grote investeringen worden sneller omarmd. ‘Ze zullen net dat extra tandje bijsteken als positieve resultaten kunnen worden getoond. Of als er niet alleen op energiegebied, maar op meer terreinen winst is te behalen.’

Win-winsituaties

Stegers zoekt daarom zoveel mogelijk naar win-winsituaties. Hij geeft een voorbeeld. ‘Bij het testen van motoren komt redelijk wat warmte vrij. Die restwarmte benutten we voor de kantooromgeving. Op basis van de getallen in het monitoringssysteem bleef er nog voldoende restwarmte over om, met wat aanpassingen, ook in andere gebieden in te zetten. Tegelijkertijd hebben we op deze afdeling een aantal oude testcellen vervangen door nieuwe. De oude testcellen maakten gebruik van een waterrem waarbij de energie werd vernietigd. In de nieuwe variant is de waterrem vervangen door een generator waarmee we elektriciteit opwekken. Deze nieuwe testcellen kunnen operators bovendien voor elk type test gebruiken, wat voorheen niet mogelijk was. Inmiddels hebben we 34 testcellen waarmee we 11 miljoen kilowatuur per jaar kunnen opwekken. Dat is een significante hoeveelheid kilowattuur die je anders als warmte laat vervliegen. Dat de afdeling tijdelijk moest worden stilgelegd om de aanpassingen te kunnen doorvoeren, bleek geen probleem. Operators dachten ook mee om de wijzigingen zo soepel mogelijk te implementeren omdat ze vooral de baten van het project zagen. Dat soort medewerking krijgen we gelukkig wel waardoor we grote stappen kunnen maken.’

Rapportagevormen

Door de jaren heen zijn tal van succesvolle energiebesparingsprojecten doorgevoerd. ‘In 1999 zijn we begonnen met energiemonitoring. Gaandeweg zijn de rapportagevormen veel gedetailleerder geworden. Het management kan tegenwoordig de instellingen in het systeem veranderen zodat ze de gegevens kunnen ophalen die ze willen zien. Ook de visualisatie is verbeterd waardoor het rapport eenvoudiger is te lezen en te communiceren. Een aantal rapporten wordt altijd wel als onderlegger gebruikt waarop je de uitschieters kunt zien. De bewustwording is hierdoor in de volle breedte van de organisatie sterk gegroeid.’
Ook zijn opleidingstrajecten ingevoerd. ‘Wanneer proces engineers in gesprek gaan met leveranciers om nieuwe installaties aan te schaffen, moeten ze begrijpen dat ze ook een energiezuinige installatie aanschaffen. Ze moeten leveranciers soms even prikkelen als deze zelf niet zelf met verbeteringen komen. De wetgeving verandert en wordt strenger en bovendien vinden we het bij Daf belangrijk om duurzaam te werken. Daarom zetten we ook vol in op reductie van energie. Je leveranciers moet je hierin meenemen.’
De strengere wetgeving zorgt weer voor nieuwe uitdagingen. ‘De overheid en het klimaatakkoord dwingen ons om extra naar ons gasverbruik te kijken. We hoeven niet naar nul, maar moeten wel flink reduceren of er extra voor betalen. We zijn aan het onderzoeken hoe we dat op een slimme manier kunnen doen. Aardgas reduceren en volledig elektrisch verwarmen wordt wellicht te duur, dus kijken we ook naar andere mogelijkheden.’

Vakbeurs Energie 2019 vindt plaats van 8 tot en met 10 oktober in de Brabanthallen in ‘s-Hertogenbosch.

Tekst: Evi Husson

Reageer op dit artikel