nieuws

Nederlandse bedrijven investeren weer meer in onderzoek en ontwikkeling (R&D)

R&D

Het onderzoeksinstituut Erasmus Centre for Business Innovation van de Erasmus Universiteit Rotterdam voert jaarlijks de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor uit. Het onderzoek staat onder leiding van Prof.dr. Henk W. Volberda van Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM). Het onderzoek heeft als voornaamste bevindingen:

Nederlandse bedrijven investeren weer meer in onderzoek en ontwikkeling (R&D)

 ① Nederlandse bedrijven investeren weer fors in onderzoek en ontwikkeling (R&D)

Na een jarenlange daling zijn de investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) het afgelopen jaar weer toegenomen. Deze investeringen zijn gemiddeld gezien gestegen van 2,1% van de omzet naar 4,3% van de omzet. Ook de investeringen in informatie- en communicatietechnologieën (ICT) zijn het afgelopen jaar weer toegenomen na een jarenlange daling. De toename betreft van 2,0% van de omzet naar 4,8% van de omzet. Investeringen in R&D en ICT vormen twee prominente indicatoren van technologische innovatie. Henk Volberda: “Gunstige economische omstandigheden en vooruitzichten vergroten de bereidheid van organisaties om te investeren in innovatie. De noodzaak daartoe is ook relatief groot in tal van sectoren; de opkomst van nieuwe technologieën die de basis vormen van de 4de industriële revolutie (kunstmatige intelligentie, robotisering, Internet of Things, cloud computing en 3D printing) vergroten de bereidheid van bedrijven om weer meer te investeren in innovatie. In dergelijke omstandigheden is innovatie van cruciaal belang voor het overleven of floreren van organisaties.”

② De menselijke kant van innovatie blijft grotendeels onbenut

Voor de succesvolle toepassing van nieuwe technologieën binnen bedrijven zijn investeringen in R&D echter onvoldoende. Disruptieve technologieën zoals Artificiële Intelligentie, Biotechnologie, Internet of Things, Robotisering en 3D-printing zullen nieuwe economische groei mogelijk maken, maar kunnen ook leiden tot nieuwe sociale conflicten. Volgens Volberda zullen “bedrijven die eenzijdig investeren in deze disruptieve technologieën, maar niet volop investeren in nieuwe kennis en vaardigheden van medewerkers niet profiteren van deze nieuwe groeimogelijkheden”.

③ Innovatiecampussen en scienceparken verhogen het innovatievermogen van met name achterblijvers

Organisaties die bij innovatie-activiteiten voornamelijk samenwerken met externe partijen die hoofdzakelijk gevestigd zijn in een geografisch geconcentreerd gebied in Nederland waar tal van partijen op een specifiek thema met elkaar in verbindingen staan (zoals een innovatiecampus of sciencepark) scoren hoger op diverse innovatie-indicatoren dan organisaties waarbij dat niet het geval is. Dit geldt voor verschillende typen innovaties: incrementele innovatie (+6%), radicale innovatie (+21%), en disruptieve innovatie (+22%).

④ Innovatiekoplopers hebben een sterk internationale oriëntatie door meer samen te werken met innovatiepartners die buiten Europa zijn gevestigd

In de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2017 is ook onderzocht waar de voornaamste innovatiepartners van bedrijven zijn gevestigd en hoe dat verschilt tussen bedrijven die hoog en laag scoren op verschillende typen innovatie. Hieruit komt naar voren dat bedrijven die hoog scoren op radicale en disruptieve innovatie (innovatiekoplopers) vooral meer samenwerken met partners die gevestigd zijn buiten Europa. Voor radicale innovatie en disruptieve innovatie betreft dit verschil achtereenvolgens 35% en 27%.

⑤ Flexibele werktijden van medewerkers bevorderen de productiviteit en medewerkerstevredenheid van bedrijven, maar flexibele werklocaties van medewerkers leiden juist tot meer radicale innovatie en disruptieve innovatie

Henk Volberda: “Een verhoogde flexibiliteit in werktijden bevordert de mogelijkheden voor medewerkers om te werken op de momenten die voor hen meer uitkomen, op momenten die zij prettiger vinden, en waarop zij productiever zijn. Daarnaast bieden dergelijke meer customized werktijden meer mogelijkheden om zo om te gaan met piek- en dalmomenten in werkdruk. Meer flexibiliteit in werklocatie bevordert juist de toegang van medewerkers tot nieuwe kennis – al dan niet buiten het eigen vakgebied – wat het innovatievermogen ten goede komt. In het geval van elders werken is het tevens mogelijk dat medewerkers op die momenten wat meer los komen te staan van de dominante bestaande organisatorische processen. Dit kan het meer ruimte bieden voor vernieuwende ideeën.”

⑥ Een grotere flexibele schil kan bedrijven helpen om nieuwe externe kennis aan te wenden voor innovatie, maar leidt tot uitstelgedrag van eigen investeringen in R&D en ICT

De flexibele schil van bedrijven bestaat bijvoorbeeld uit zelfstandigheden, uitzendkrachten, oproep- en invalkrachten, medewerkers met een tijdelijke aanstelling en medewerkers met aan aanstelling van minder dan 12 uur per week. Uit de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2017 komt naar voren dat bedrijven met een relatief grote flexibele schil hoger scoren op diverse prestatiemaatstaven dan bedrijven met een beperkte flexibele schil. Echter, bedrijven met een grote flexibele schil investeren minder in twee prominente indicatoren van technologische innovatie: R&D-investeringen (-3,5% van de omzet) en ICT-investeringen (-1,1% van de omzet).

⑦ Duurzame inzetbaarheid bevordert het innovatievermogen in vergrijsde organisaties

“Eén van de interessante elementen uit deze bevindingen is dat organisaties met een vergrijsd personeelsbestand hun innovatievermogen aanzienlijk verhogen door het actief bevorderen van duurzame inzetbaarheid. Duurzame inzetbaarheid bevordert het delen en verspreiden van kennis, vaardigheden, en ervaringen. Hierdoor kan er een kruisbestuiving plaatsvinden om zo het innovatievermogen te bevorderen. Door kennis, vaardigheden, en ervaringen elders in de organisatie in te zetten raken verschillende kennisgebieden nauwer met elkaar verweven wat radicale innovatie ten goede kan komen. Daarnaast wordt er met duurzame inzetbaarheid ruimte geboden voor nieuwe ideeën, kennis, vaardigheden, en ervaringen van andere medewerkers. Een bijkomend effect daarvan is dat diverse barrières voor innovatie – zoals medewerkers die weerstand bieden voor nieuwe oplossingen – sterk afnemen.”

⑧ Het leveren van een maatschappelijke bijdrage vraagt om transformationeel leiderschap en zelforganisatie

Uit de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2017 komt naar voren dat het gros van de organisaties (87%) meer winstgericht is dan op het leveren van een maatschappelijke bijdrage. Om een meer sterke focus te krijgen op het leveren van een maatschappelijke bijdrage is zowel transformationeel leiderschap nodig als zelforganisatie.

⑨ De regio’s Noord-Holland, Midden-Oost Brabant en Twente/Achterhoek/Drenthe zijn innovatiekoplopers

Henk Volberda: “De regio Noord-Holland profiteert van de aanwezigheid van relatief veel creatieve bedrijven, jonge bedrijven, en IT-adviesbedrijven. Partijen als StartupDelta en Tech-hub TQ faciliteren de totstandkoming en bloei van dergelijke bedrijven en faciliteren interactie tussen diverse partijen. Zo zijn Google, Booking.com en ABN-Amro partner van het hub TQ. De combinatie van creatieve en jonge bedrijven met de aanwezigheid van diverse grote, gevestigde bedrijven bevordert de kennisuitwisseling en uitwisseling van nieuwe ideeën en concepten wat het innovatievermogen ten goede komt. Zo bieden bedrijven als ING startups de ruimte om nieuwe concepten te bedenken en uit te werken. De aanwezigheid van een goede infrastructuur (Schiphol, Internetknooppunt) faciliteert kennisuitwisseling eveneens. Daarnaast zijn diverse ecosystemen aanwezig in de regio die gespecialiseerd zijn in bepaalde onderwerpen, zoals zaadveredeling.”]

Het Erasmus Centre for Business Innovation (www.erasmuscbi.nl) voert, onder leiding van Prof. dr. Henk Volberda, al meerdere jaren de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor uit om innovatie in Nederland in kaart te brengen en verder te stimuleren.
Meer informatie over dit onderzoek is hier te vinden.

Reageer op dit artikel