artikel

Misvattingen rond additive manufacturing

Engineering

Er zijn heel wat misvattingen rond additive manufacturing, die bedrijven weerhouden om met de techniek aan de slag te gaan.

Misvattingen rond additive manufacturing

Tekst: Evi Husson

Hieronder een overzicht van de meest hardnekkige misvattingen:

Misvatting 1: Je moet een dure printer aanschaffen

Er zijn 3D-printers die erg duur zijn in aanschaf. Echter, deze 3D-printers zijn niet voor elk bedrijf noodzakelijk om aan te schaffen. Het komt erop neer om goed te analyseren welk type printer je nodig hebt voor de toepassingen in het bedrijf. In veel gevallen kan je al heel wat oplossingen printen en expertise opbouwen met een printer van enkele duizenden euro’s. In andere gevallen is een printer van enkele tienduizenden euro’s een verantwoorde uitgave. En natuurlijk zijn er ook de printers van enkele tonnen tot meer dan een miljoen euro – en ook die worden in heel wat maakbedrijven zinvol ingezet. Maar vooral bij de duurdere categorieën van printers kan het zijn dat het outsourcen van het printwerk, zeker bij aanvang, de betere optie is.

Misvatting 2: Een traditionele productietechniek is altijd goedkoper wanneer er geen herontwerp plaatsheeft

Vaak is additive manufacturing geschikt wanneer een product opnieuw wordt ontworpen (complexer, minder gewicht,…). Een herontwerp is echter niet altijd noodzakelijk om al winst te behalen.
Een praktijkvoorbeeld. Een bedrijf dat gesloten aanhangwagens produceert, gebruikt aluminium tussenstukken om panelen aan elkaar te koppelen. Deze aluminium stukken werden op bestelling geleverd door een toeleverancier. Echter, de producent van de aanhangwagens was verplicht om per bestelling bij zijn leverancier minimaal 3000 stuks af te nemen, wat een hoge restvoorraad veroorzaakte. De producent van aanhangwagens zocht andere oplossingen. Uit onderzoek bleek dat het tussenstuk ook in polymeer kan worden geprint, zonder in te boeten aan sterkte of kwaliteit. Tegenwoordig bestelt de producent het gewenste aantal polymeren onderdelen bij een 3D-printbedrijf en is daarbij niet verplicht een hoog aantal af te nemen. In deze case is additive manufacturing veel voordeliger ten opzichte van het traditionele productieproces.
Zelf een 3D-printer aanschaffen bleek in deze case overigens niet voordelig. Om winst uit de machine te halen zou deze ongeveer zeventig procent van de tijd moeten draaien. Dit betekent niet dat de technologie automatisch is afgeschreven. Onderdelen laten 3D-printen door een printbedrijf is een optie die aan belangstelling wint.

Misvatting 3: Een geprint onderdeel heeft niet dezelfde kwaliteit

Ook dit is een misvatting die regelmatig de kop op steekt. Bij het printen van onderdelen is het belangrijk per case te bekijken aan welke voorwaarden een onderdeel moet voldoen.
Er zijn in de praktijk al geprinte metalen onderdelen die in vliegtuigen worden gebruikt die dezelfde densiteit en materiaaleigenschappen hebben als gegoten stukken of onderdelen die op meer traditionele manier zijn geproduceerd. Sommige geprinte onderdelen hebben ook een hogere kwaliteit.
Afhankelijk van de functie – meer treksterkte, meer hardheid,… – zal voor een bepaalde techniek moeten worden gekozen. Additive manufacturing is niet automatisch superieur of inferieur ten opzichte van andere technieken.

Misvatting 4: Het printen van metalen onderdelen is altijd beter dan materialen zoals composiet of polymeer

Er wordt momenteel erg veel geïnvesteerd in 3D-metaalprinten. De maakindustrie ziet hier veel potentieel. Er zijn echter ook veel toepassingen mogelijk met polymeren of composieten. Per case zullen meerdere materialen in de overweging moeten worden meegenomen. Metaal is niet automatisch beter dan andere materialen, ook al zijn de onderdelen met traditionele technieken vervaardigd uit metaal (zie voorbeeld misvatting 2)

Reageer op dit artikel