artikel

Naar een standaard voor digitale communicatie in de keten

SCM

Maakbedrijven en hun grote en kleine toeleveranciers wisselen regelmatig informatie uit in de vorm van orders, tekeningenpakketten, facturen of ontwerpspecificaties. En daar gaat het nog wel eens mis. Of het kost veel tijd om die informatie in het ERP-systeem te krijgen. Een uitgekiende standaard bespaart een hoop tijd en ellende.

Naar een standaard voor digitale communicatie in de keten

Tekst: Evi Husson

‘Om informatie-uitwisseling in de toeleverketen efficiënter te laten plaatsvinden, richten grote OEM’ers vaak een portal in waar toeleveranciers zich bij kunnen aansluiten. Dergelijke bedrijven hebben een zodanig grote orderstroom dat toeleverbedrijven bereid zijn om te investeren in het maken van de juiste koppelingen tussen de portal en hun eigen ERP-systeem. Aan het andere uiteinde van de keten gebeurt bij groothandel hetzelfde. Wie digitaal zaken wil doen, zal moeten gebruikmaken van hún portaal. Bedrijven hebben hier in feite geen keus: óf ze investeren in het maken van de koppelingen zodat eenvoudig kan worden gecommuniceerd. Óf zaken doen met deze grote partijen gaat niet door’, legt Matthijs Punter uit. Hij is data Science & Smart Industry -onderzoeker bij TNO.
‘In de tussenlaag ontstaan grotere problemen. First tier leveranciers besteden vaak een aantal zaken uit bij een aantal kleinere partijen. Aangezien de volumes hier lager liggen of de samenwerking slechts incidenteel plaatsheeft, wordt het lastiger om de aanpak van de grote OEM’ers – een koppeling maken met iedere klant of toeleverancier – hier te handhaven. Omdat er geen rechtstreekse koppeling wordt gemaakt tussen de ERP-systemen gebeurt de communicatie in deze samenwerkingsverbanden vaak via een andere digitale weg. Data komt in pdf-vorm of spreadsheet binnen of wordt via een ftp, sharepoint of cloud gedeeld met de ontvanger. Er is geen rechtstreekse koppeling met het ERP-systeem. De ontvanger zal de gegevens vervolgens handmatig in het ERP-systeem moeten invoeren. De gevolgen? De communicatie is tijdrovend, foutgevoelig en het leidt tot inefficiëntie in de keten’, zegt Punter. ‘Dit probleem hebben we voor het eerst vastgesteld in de hightech industrie, maar ook in andere sectoren speelt deze problematiek.’

Aanpak van semantiek en techniek

In het licht van smart industry, vergaande digitalisering en automatisering neemt het belang van het verbeteren van de communicatie tussen bedrijven in de keten sterk toe. Daarom is enige jaren geleden het fieldlab Smart Connected Supplier Network opgericht. Het Fieldlab heeft een efficiëntere informatie-uitwisseling in de toeleverketen als doel. Dit kan door twee aspecten aan te pakken: techniek (door een standaardisatie van de onderliggende, technische structuur) en interoperabiliteit. Data die wordt gedeeld moet op eenzelfde manier door verschillende systemen worden geïnterpreteerd waardoor de semantiek of betekenis van data op elkaar is afgestemd. Er is geen ruimte meer voor misvattingen of interpretatie’, zegt Punter, die zich in het fieldlab met de overall architectuur bezighoudt.

Lees ook: Door smart industry ontstaan nieuwe businessmodellen

Semantiek

In het fieldlab werd eerst de interoperabiliteit aangepakt. Linda Oosterheert, projectleider van het fieldlab legt uit. ‘In de supply keten hebben bedrijven te maken met meerdere type documenten: denk aan orders, facturen, stuklijsten en planningen. Als je deze documenten kunt digitaliseren en standaardiseren, kun je veel eenvoudiger informatie uitwisselen. We hebben daarom eerst gekeken per type document welke onderdelen deze bevatten. Wat staat er bijvoorbeeld op een stukslijst of order? Hebben we alle gegevens die op papier worden uitgewisseld ook nodig als we digitaal uitwisselen? Hoe kunnen we de ontwerpspecificaties op een eenduidige manier vastleggen zodat een foute interpretatie onmogelijk wordt? Hoe moeten de afmetingen of dimensies worden weergegeven? Welke eenheden worden gebruikt en wat wordt de standaard? Een bedrag kan bijvoorbeeld worden uitgedrukt in euro, Euro, EUR, EURO, .- of €, maar de weergave moet daarbij ook eenduidig zijn.’

‘Mensen kunnen deze verschillen makkelijk aan elkaar relateren, maar voor systemen is dit ingewikkelder. In de standaard is dus één variant mogelijk. Op die manier hebben we voor alle mogelijke velden die in de documenten kunnen voorkomen vastgelegd hoe we dit eenduidig in een standaard gestructureerd formaat willen weergeven. Het is een XML-standaard waarbij we hebben voortgebouwd op UBL (Universal Business Language), een standaard formaat dat voor elektronische bedrijfsvoering wordt gebruikt. We hebben dit verder uitgebreid en toegespitst zodat het voor de industrie een handige standaard wordt om mee te werken.’
‘De ERP-systemen die vervolgens met deze standaard werken, zullen de data die in de velden zijn weergegeven, automatisch herkennen, waardoor de gegevens meteen foutloos in het ERP-systeem zullen verschijnen. Voorwaarde is dat het ERP-systeem eenmalig wordt aangepast zodat het standaard formaat wordt herkend. Vervolgens komt met meerdere verschillende toeleveranciers die met deze standaard werken, een foutloze informatieoverdracht tot stand.’

Lees ook: OPC UA-implementatie: begin klein en met stappenplan

Technische infrastructuur voor informatieoverdracht

Een standaardtaal of format is één aspect. De technische realisatie hoe informatieoverdracht veilig plaatsvindt tussen zender en ontvanger, is een tweede belangrijk aandachtspunt. Jan Bruggink, deelnemer aan het fieldlab en eigenaar van Attributes dat bedrijven ondersteunt organisaties slimmer te maken, legt uit. ‘Een bericht – order, factuur, 3D-tekening of stuklijst – moet van het ERP-systeem bij de opdrachtgever in het ERP-systeem van de ontvanger of klant terechtkomen. Dit kan op meerdere manieren. Bij peer-to-peer communicatie worden tussen twee partijen in de keten afspraken gemaakt hoe de informatie-uitwisseling plaatsvindt. Bij iedere nieuwe samenwerking zijn weer nieuwe afspraken nodig. Dit is dus geen schaalbaar noch een universeel efficiënt systeem.

De tweede optie, het drie corner model, maakt gebruik van een platform dat tussen de twee partijen staat. Grote OEM’ers maken hiervan vaak gebruik. Het nadeel is dat partijen afhankelijk zijn van dat ene platform. Er zijn meerdere platforms met ieder een eigen standaard, waardoor dit nog steeds geen universele oplossing is.

Het fieldlab heeft gekozen voor een vier-cornermodel, een derde, nog vrij nieuwe optie. Berichten worden vanuit een ERP-systeem naar een access provider naar keuze gestuurd. Die verstuurt het bericht in de overeengekomen standaardtaal naar de acces provider van de ontvanger die het bericht wederom doorstuurt naar het ERP-systeem van de ontvanger. Afspraken worden niet één op één gemaakt, er staat niet langer één platform in het midden maar door een open standaard hebben bedrijven de keuze met welke access provider ze in zee gaan.’

Lees ook: Stapsgewijs naar een nieuw ERP

OpenPeppol

Dit klinkt erg theoretisch, maar de praktijk is al vrij ver met dit vier corner model. ‘Er zijn twee belangrijke ontwikkelingen in deze: Industrial Data Space en OpenPeppol’, zegt Bruggink. ‘Peppol staat voor Pan-European Public Procurement OnLine. Het netwerk werd in 2008 opgericht met als doel e-facturen te standaardiseren. Sindsdien heeft OpenPeppol zich voortdurend verder ontwikkeld. De laatste ontwikkelingen aan OpenPeppol zijn uitbreidingen op de manier van communiceren en een verbeterde beveiliging van berichten. De standaard kan gebruikt worden voor het versturen van facturen naar overheidsinstellingen, maar ook naar andere bedrijven. En bovendien is het technisch ook mogelijk om andere elektronische documenten uit te wisselen. In combinatie met de in het fieldlab ontwikkelde standaardtaal wordt het mogelijk te communiceren tussen ERP-systemen. Zo kunnen bijvoorbeeld orders automatisch worden verwerkt. Dit levert veel tijdsbesparing op.’

Industrial Data Space

Een tweede ontwikkeling in dit kader is IDS oftewel Industrial Data Space. Punter hierover: ‘Tot nu toe hadden we het vaak over het uitwisselen van berichten met elkaar. Ik genereer een bericht, ik stuur het naar de ontvanger – met tussenkomst van de access providers – en deze verwerkt de data. IDS is eveneens een Europese standaard waarbij kenmerkend is dat een bedrijf de controle blijft behouden over de eigen data. De essentie van het model is dat er naast vrij verkeer van personen en goederen door IDS ook vrij verkeer van data mogelijk wordt met behoud van soevereiniteit van de data owner.’ Punter geeft een voorbeeld. ‘Stel dat je ontwerpbestanden deelt met een toeleverancier zodat deze de objecten kan 3D-printen. In de oude situatie mail je deze naar de klant en hoop je dat deze er goed mee omgaat. Gaat het mis, dan is óf het verkeerde bestand gestuurd of er is wat gebeurd met de data in het bestand. Wordt gebruik gemaakt van IDS, dan vindt de ontvanger met zijn software het bestand op de IDS-connector. Hij haalt het op en IDS registreert dat er toegang is geweest tot versie x van het bestand. Mocht er een dispuut zijn, dan kan er precies worden nagegaan wat er is gebeurd.’
In 2016 is IDS begonnen als onderzoeksproject. ‘Dit is nu uitgemond in een community van bedrijven die use cases aandragen om de technologie verder door te ontwikkelen. Als bedrijven meer willen weten wat precies op welke manier kan worden opgelost, kunnen ze in verschillende Europese landen terecht in nationale hubs. De Nederlandse hub wordt in maart gelanceerd.’

Oorspronkelijke publicatiedatum: 06/03/2019

Reageer op dit artikel