blog

Red de technische universiteit!

Carriere & mensen

Het blijft een feit dat je kwaliteit
Niet kunt kwantificeren
Maar tot mijn spijt blijft de universiteit
Het steeds maar weer proberen.

Red de technische universiteit!

Vandaag de dag wordt iemands wetenschappelijke “impact” gevangen in één getal, de H-index. Deze index zit simpel in elkaar: wie X publicaties heeft gerealiseerd die elk minstens X maal door collega-wetenschappers zijn geciteerd, heeft een H-index van X. Hoe hoger, hoe beter: duidelijk, toch? Alle citaties worden, net als de publicaties zelf, keurig op internet bijgehouden en dat maakt iemands H-index transparant. Google Scholar bijvoorbeeld kan deze index “live” uitspugen voor elke wetenschapper die u de maat wilt nemen, of desgewenst door de tijd volgen. Handig als u op zoek bent naar aanstormend wetenschappelijk talent.

H-index

Dat de H-index niet perfect is, weet iedereen die er mee te maken heeft. Het ene vakgebied leent zich bijvoorbeeld meer voor publiceren dan het andere, en je moet wetenschappers van verschillend pluimage dan ook niet vergelijken op basis van hun H-indices alleen. Verder neemt de index uitsluitend wetenschappelijke publicaties mee, en blijft output als patenten en vakpublicaties (… en columns) buiten beeld. Onterecht, want deze zaken maken toch ook impact. H-indices werken bovendien allerlei kleurrijke vormen van fraude in de hand. Zo laat menig hoogleraar zijn of haar naam toevoegen aan publicaties zonder daaraan wezenlijk te hebben meegeschreven. Ga daar als eerste auteur maar eens tegenin, als diezelfde hoogleraar ook je leidinggevende is! Dan is er nog de “H-index inflatie” en een hele trits aan andere nadelen. Desondanks hebben ook de technische universiteiten dit enkele getalletje heilig verklaard – en dat in amper vijftien jaar tijd. Kwaliteit moet immers worden gekwantificeerd.

Publiceren een doel op zich

Publiceren is een doel op zichzelf geworden – en dat is het hele probleem. Of die publicaties wel bijdragen aan maatschappelijk welvaren is bijzaak, laat staan dat er echt iets mee opgelost wordt. Aangezien je carrière afhangt van je H-index, laat je het als wetenschapper wel uit je hoofd om tijd te spenderen aan al wat niet aan dit getalletje bijdraagt. Sterker nog, je mobiliseert alles wat je hebt: studenten bijvoorbeeld. En zo laten we in het Delftse, en naar ik vrees ook daarbuiten, de ingenieurs in opleiding steeds meer aan het onderzoek van hoogleraren meewerken – ten koste van concrete ingenieursvaardigheden. Dat is jammer, want het merendeel van die studenten wordt geen onderzoeker maar ingenieur. Mocht u trouwens hopen dat al die publicaties toch ook wel ergens goed voor zullen zijn, leest u dan online het beklemmende artikel “Saving Science” van Daniel Sarewitz: niet alleen zijn schrikbarend veel publicaties niet eens te reproduceren, maar verbluffend veel van deze output is irrelevant, of blijkt gewoon niet te kloppen. Er zit helaas maar weinig koren tussen het kaf.

Old school techneuten

Is het dan al kommer en kwel? Nee, want zoals Asterix en de zijnen zich tegen de Romeinen bleven verzetten, zijn er in het Delftse, en ongetwijfeld ook daarbuiten, nog steeds old school techneuten. Zij willen wel echte ingenieurs opleiden en wel aan echte technische vraagstukken werken. Publiceren doen ze met frisse tegenzin; werken met bedrijven, aan problemen uit de praktijk, des te liever. Of ze organiseren techniekdagen voor middelbare scholieren, of helpen studententeams met de realisatie van een zonneauto, of… enzovoorts. Dat hun H-index misschien niet eens in de dubbele cijfers komt kan ze niet deren: zij maken hun impact op een andere manier. Studenten dragen hen op handen, want goed lesgeven is voor deze mensen een vanzelfsprekendheid. Dát bracht hen natuurlijk ook naar de technische universiteit – niet een abstract getalletje dat hun eigen ego moet strelen.

U kunt helpen. Hebt u met iemand van een technische universiteit te maken, vraagt u dan eens nonchalant naar de H-index van uw contactpersoon. Het antwoord zal u danig informeren over het te verwachten succes van de samenwerking. En trekt u vooral uw conclusies.

Erik Tempelman is universitair hoofddocent bijde TU Delft, faculteit Industrieel Ontwerpen. Daarnaast is hij oprichter/eigenaar van eriktempelman.com

Reageer op dit artikel