nieuws

Leasing en remanufacturing gaan goed samen

SCM

Remanufacturing loopt vooralsnog niet storm, maar heeft zeker toekomst. Het moet meer gaan leven. De manier waarop een herzien product in de markt wordt gezet, kan daarbij een belangrijke rol spelen. Dure kapitaalgoederen, waar het businessmodel van koop naar gebruik gaat, lenen zich bijvoorbeeld bij uitstek voor remanufacturing. ‘Het is ook een kwestie van anders denken’ stelt Sustainability officer Judith Voermans van Canon Nederland.

Leasing en remanufacturing gaan goed samen
(foto: Canon)

Vier jaar geleden was er meer actie in de tent. Toen liet de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) samen met onder andere High Tech NL, Syntens, Economische Impuls Zeeland en de Industriebank LIOF nog de roadmap Remanufacturing opstellen. Remanufacturing is, kort gezegd, verouderde machines bij klanten terughalen om ze te repareren, renoveren of opwaarderen. ‘Doel van de roadmap was te komen tot een visie over dit onderwerp’, stelt opdrachtgever Coen Sanderink, business developer bij BOM. Talloze bedrijven, waaronder ASML, Assembléon, Océ-Technologies, Philips Healthcare, Stork Prints en Vanderlande Industries sloten zich aan. ‘Grootste hobbel – en dat is het nog steeds – is dat je remanufacturing er niet ‘even’ bij doet. Daarnaast was de business case lastig succesvol te krijgen, omdat je meer arbeidskosten krijgt doordat je aan een gebruikte machine gaat werken. Het is eenvoudiger om een nieuwe machine in de markt te zetten, dan één die geremanufactured is. Wat dat betreft leven we nog steeds in een wegwerpmaatschappij.’ De hobbels zijn er. Onmiskenbaar. Maar dat wil niet zeggen dat remanufacturing geen toekomst heeft, constateert Sanderink. ASML, Philips Healthcare en Canon (dat Océ Technologies overnam) zijn er momenteel volop mee bezig. Bij veel Amerikaanse OEM’ers is het een integraal onderdeel van hun businessmodel. Het is een miljardenmarkt. En ook in Duitsland en Engeland is er volop interesse.

Nederland

Maar Nederland loopt nog wat achter. Sanderink vermoedt dat de groeiende economie een rol speelt. ‘Daardoor gaan bedrijven eerder over op de aanschaf van nieuwe machines.’
Eduard Lebbink, directeur van ACE Re-use Technology hierover: ‘Er hangt altijd een zweem dat het herziene product minder goed zou zijn. Wij zetten daarom retoursstromen van klanten om in herziene producten. Die herziene producten gaan door dezelfde tests als producten die nieuw zijn gemaakt. Veelal voegen we nieuwe techniek door en weten we waar een machine eerder slijt, waardoor we maatregelen kunnen nemen. Zodat er eigenlijk een nog betere, herziene machine ontstaat.’

Ontmantelen

Sustainability officer Judith Voermans van Canon Nederland doet uit de doeken hoe hun concern remanufacturing vormgeeft. ‘Machines die het einde van hun levensduur hebben bereikt, worden vanuit heel Europa bijeengebracht in Giessen in Duitsland. Daar hebben we in onze fabriek een lijn waar we de printers nakijken, uit elkaar halen, schoonmaken en ontmantelen tot op het frame. Vervolgens bouwen we deze weer op, waarbij we zoveel mogelijk bestaande onderdelen hergebruiken. Voor zover dat mogelijk is. Onderdelen die niet meer werken gaan naar een recyclebedrijf en gebruiken we weer als grondstof voor andere producten. De machines die we remanufacturen, ondergaan duurtesten en we geven er dezelfde garantie op als bij nieuwe machines. Uiteindelijk gaan ze dus door heel Europa weer de markt op.’ Ook in Venlo, bij het overgenomen Océ Technologies, gebeurt iets soortgelijks. ‘Daar hergebruiken we onderdelen om machines die een klant bij ons leaset te herstellen of te servicen.’ Sanderink van BOM: ‘Dergelijke service-organisaties zijn bij industriële ondernemingen vaak een opstap om over remanufacturing na te denken. Als je dan toch al spare parts onder je beheer hebt, waarom zou je dan niet machines remanufacturen? Dat is dan een kleinere stap.’

Nieuwe markt aanboren

Snoepen remanufactured machines markt af van nieuwe machines? ‘Nee’, zegt Voermans stellig. ‘Je boort een nieuwe markt aan. Een markt van afnemers die niet de supersonisch nieuwste machines met alle techniek erop en eraan nodig hebben, maar kunnen volstaan met een iets ouder model. Dat neemt niet weg dat remanufacturing veel werk is. Je moet de retourstroom inregelen en er is meer arbeid bij het uit elkaar halen en in elkaar zetten mee gemoeid.’ Voermans schat in dat vijftien tot twintig procent van de Nederlandse machines van Canon naar Giessen wordt gestuurd voor remanufacturing. ‘Dat aantal groeit alleen maar.’ Ook Lebbink, toeleverancier van bedrijven als Canon Océ en VanderLande Industries, ziet een toenemende aandacht voor circulaire economie. ‘Waar het zeven jaar geleden zich op academisch niveau bevond, zie ik nu dat diverse industriële bedrijven pilots doen. Er komen steeds meer nieuwe vriendjes bij en de regering heeft gesteld dat de Nederlandse economie in 2030 circulair moet zijn. Nederland is niet het enige land dat dit soort afspraken heeft lopen. Ik zie dat dit onderwerp voor mijn ogen een positieve wending krijgt. Kortom, de circulaire economie gaat echt gebeuren. Daar past remanufacturing perfect in.’

Mogelijkheden in kaart brengen

Als een industriële manager de mogelijkheden voor remanufacturing in kaart wil brengen, moet hij beginnen in de ontwerpfase, stelt Voermans. ‘Hoe kun je een product maken dat aan het einde weer kan worden gebruikt, met componenten die eenvoudig uit elkaar zijn te halen en waarbij je een zo laag mogelijk aantal, duurzame materialen gebruikt?’ Een tweede mogelijkheid ligt in de manier waarop je een product op de markt brengt. Canon hanteert pay per use. Dat wil zeggen dat per printje wordt betaald, in plaats van voor de machine. De machine blijft eigendom van Canon. Dat maakt ook boekhoudkundig de balans langer. Immers, de machine blijft in de boeken van het bedrijf staan. ‘Om dat te tackelen, werken wij samen met leasemaatschappijen’, zegt Voermans. Lebbink beaamt dat financiering een hobbel kan zijn. ‘Maar dat probleem is niet nieuw en dat hebben ze in andere takken van sport, bijvoorbeeld bij leaseauto’s, ook weten te tackelen.’ Adviseur Vreeswijk wijst op het positieve effect van pay per use. ‘Het gaat dan om de verdienste per machine en de installed base oftewel het aantal actieve machines bij de klanten. Remanufacturing kan een uitstekende rol vervullen bij het uitbreiden van de installed base. De uitdaging is vervolgens om de verdienste per machine te vergroten door additionele diensten aan te bieden. Zoals de garage doet bij je auto of de bioscoop bij je film, om de inkomsten per bezoek te vergroten. Bij kapitaalgoederen zijn we daar jammer genoeg nog minder ver mee.’

Arbeid goedkoper

Om remanufacturing in de vaart der volkeren mee te krijgen, zou arbeid goedkoper en zouden grondstoffen duurder moeten worden, stelt Marko Vreeswijk, programmamanager en schrijver van de roadmap. ‘Nu is het andersom, waardoor industrieën weinig incentives hebben om aan remanufacturing te beginnen. Nu maakt vooral het aantal uren aan arbeid het sommetje of remanufacturing uit kan of niet.’ Vreeswijk wijst op een groot onderzoek vanuit de Europese Unie naar remanufacturing en op het European Remanufacturing Network in Amsterdam (www.remanufacturing.eu.) ‘Remanufacturing heeft toekomst, maar het moet wel meer gaan leven. Dure kapitaalgoederen zoals de medische systemen van Philips Healthcare of de chipmachines van ASML lenen zich bij uitstek voor remanufacturing. Ook bij vliegtuigen doen we het al jaren, maar ook bij auto’s.’ Daar waar het businessmodel van koop naar gebruik gaat. ‘Net als bij de printjes van Canon.’ Het is ook een kwestie van anders denken, vindt Voermans. ‘Ik noem het urban mining. Niet meer ondergronds, maar bovengronds naar grondstoffen zoeken. Daarbij moet je ook verder kijken dan een closed loop. In ons geval: een multifunctional hoeft niet weer een multifunctional te worden, maar mag ook een grondstof voor bijvoorbeeld een telefoon worden. Dat wil zeggen dat je over de grenzen van bedrijven of onderdelen van je bedrijf moet samenwerken. Anders krijg je dit niet van de grond.’ Tot slot de suggestie van Lebbink om de naam van remanufacturing te veranderen. ‘Want dat geeft het een beetje een tweedehands gevoel. Opgeknapt. Opgelapt. Dat idee. Remade from Holland vind ik veel beter. Want dat geeft aan dat ik trots ben op het product. Het herziene product is namelijk vaak secuurder en ambachtelijker in elkaar gezet dan het origineel. Die trots wil ik terugzien.’

Reageer op dit artikel